Integraal groot onderhoud vraagt om landelijke, meerjarige regie

26-01-2026
48 keer bekeken

Het onderhoud aan rijkswegen staat de komende jaren onder druk. De opgave groeit, terwijl mensen, materieel en ruimte op de weg steeds schaarser zijn. Regionaal plannen en uitvoeren, wat jarenlang goed werkte, begint daardoor te knellen.

Binnen de Taskforce Infra werken Rijkswaterstaat en de markt in de themagroep IGO Lijninfra Droog aan een meerjarige, landelijk afgestemde aanpak voor het integraal groot onderhoud van de lijninfrastructuur.

De aaneengesloten wegvakken van het hoofdwegennet (lijninfrastructuur), vragen steeds vaker om integraal groot onderhoud. Het gaat om complete corridors en netwerkschakels, waar meerdere onderdelen tegelijk verouderen. Mieke Attema, directeur product- en projectmanagement onderhoud bij Rijkswaterstaat: “We zitten in een fase waarin er grote ingrepen nodig zijn om de bereikbaarheid van Nederland te borgen. Dat onderhoud is jarenlang vooral vanuit de regio’s gepland. Dat werkte, maar de afstemming was niet altijd optimaal.”

Die aanpak liep tegen grenzen aan. “De projecten stapelen zich op en we hebben te maken met schaarste aan mensen en materieel, en met heldere afspraken over hinder. Dan is het steeds lastiger om alles goed in te passen,” zegt Attema.

De marktkant van dezelfde puzzel

Ook de markt voelt die spanning. Bart Welvaarts, directeur bij De Jong Zuurmond: “Het areaal van Rijkswaterstaat vraagt meer onderhoud, terwijl de capaciteit in de markt juist onder druk staat. We zien bijvoorbeeld consolidatie van de asfaltproductie. In het verleden hadden we veel meer centrales en nu zijn dat er rond de twintig.” Daar komt bij dat veel werk in nachten en weekenden wordt gepland. “Dat is begrijpelijk vanuit hinderbeperking, maar met de beschikbare mensen en machines wordt dat steeds lastiger. Bovendien staan installaties doordeweeks dan vaak stil, wat niet efficiënt is.”

Voor de markt is een gelijkmatige productie belangrijk. “We willen graag weten hoeveel werk er de komende jaren aankomt”, zegt Welvaarts. “Alleen dan kun je investeren in mensen, materieel en kwaliteit. Door elk jaar samen de doelen en de planning tegen het licht te houden, ontstaat een stabieler en een betere voorspelbaarheid. Met een gelijkmatiger productie kun je veel beter sturen.”

Van regionaal naar landelijk

De themagroep IGO Lijninfra Droog kijkt naar een landelijke, geïntegreerde aanpak.. Volgens Attema is het niet langer voldoende om alleen per project of per regio te kijken. “We moeten toe naar een integraal beeld: wat hebben we, wat moet wanneer gebeuren en hoe kunnen we dat slim combineren. Dat vraagt om meerjarig vooruitkijken en om landelijke afstemming.” De themagroep werkt daarom op het niveau van netwerkschakels en bouwt aan een landelijk afgestemde 15-jaarsplanning die  jaarlijks als ‘rolling forecast’ wordt bijgesteld. Welvaarts: “Als je per schakel inzicht hebt in de staat van het areaal, de onderhoudsbehoefte en de omgeving, kun je veel gerichter plannen. Dat helpt om productie en hinder beter te spreiden.”

Drie inhoudelijke sporen

De themagroep werkt langs drie lijnen: assetmanagement, verkeersmanagement en ontwerp & uitvoering. “Op die drie terreinen moeten we met elkaar leren,” zegt Attema. “Assetmanagement is zeker in ontwikkeling, maar nog niet alles is in beeld. En bij onderhoud wil je ook andere onderdelen kunnen meenemen. Daarvoor moet de planning ruimte bieden.” Ook hinder speelt daarin een grote rol. “Als je heel strak op hindernormen zit, zijn er soms te weinig momenten om het werk te doen. Dan is het zaak samen te kijken wat realistisch is.”

Welvaarts ziet juist daar de meerwaarde van de gezamenlijke aanpak. “Je zit met opdrachtgever en markt samen aan tafel. Dan kun je kijken hoe je mensen, productie en kwaliteit het beste combineert. Dat is complex, maar met een goed plan kun je grote stappen zetten.”

Meer dagwerk als richting

Een belangrijk onderwerp binnen de themagroep is de ambitie om meer werkzaamheden overdag te kunnen uitvoeren. Dat is geen vaste afspraak, maar een richting die voortkomt uit de krapte op de arbeidsmarkt. “Het wordt steeds lastiger om mensen te vinden die structureel ’s nachts en in het weekend willen werken,” zegt Attema.  Voor Welvaarts gaat het vooral om hoe je het werk organiseert. “Als je alles in een paar nachten en weekenden moet doen, wordt het lastig om mensen en materieel goed te benutten. Met een gelijkmatiger verdeling van het werk kun je de productie beter plannen en de kwaliteit beter borgen.”

Voorzichtig optimisme

De themagroep staat nog aan het begin, maar het enthousiasme is groot. “Iedereen loopt in zijn werk tegen dezelfde knelpunten aan,” zegt Attema. “Dan is het logisch dat je samen naar oplossingen zoekt.” Welvaarts, vult aan: “We hebben elkaar hier echt gevonden. Het is ambitieus, maar de richting is helder: een integraal beeld, een meerjarige blik en samen verantwoordelijkheid nemen.”
 

Afbeeldingen

Cookie-instellingen